In deze tweedelige workshop Wat zeg je me nou? ontdekken leerlingen hoe leuk en verrassend schrijven kan zijn. Ze ervaren dat je met woorden kunt spelen, je fantasie kunt gebruiken en jezelf kunt uiten op papier.
Tijdens de workshop schrijven de leerlingen een verhaal rondom een woord dat niet bestaat. Wat betekent dat woord? Hoe ziet het eruit? En wat kun je ermee beleven? De leerlingen leren creatief denken en hun verbeeldingskracht inzetten, binnen duidelijke en overzichtelijke spelregels die houvast bieden bij het schrijven van een verhaal.
De lessen starten met een gezamenlijke bespreking van de richtlijnen voor het schrijven van een verhaal. Vervolgens werken de leerlingen stap voor stap aan hun eigen fantasierijke tekst. Wanneer de groep daarvoor geschikt is, worden aan het einde van de workshop enkele verhalen voorgelezen, zodat leerlingen hun werk kunnen delen en inspiratie opdoen bij elkaar.
Opmerkingen:
Deze lessenserie staat op zichzelf, maar kan ook met andere lessen gecombineerd worden tot een lessenserie van 3 of 4 lessen. De leerlingen kunnen dan het fantasiewoord ook gebruiken in een naamgedicht, een elfje of een rondeel.
LET OP! Voor de afname van deze lessen dienen minimaal twee lessen op één dagdeel te worden geboekt. Bij klassen van meer dan 16 leerlingen dient de klas in tweeën te worden gesplitst. Bij een klas van meer dan 30 leerlingen wordt de klas in drie groepen verdeeld.
Benodigdheden:
Ik heb graag de beschikking over een klaslokaal met digibord.
De leerlingen hebben de volgende materialen nodig: gelinieerd en tekenpapier, pen, (kleur)potloden.
Tijdsinvestering:
De leerlingen kunnen voorafgaand aan de lesserie al brainstormen over niet-bestaande woorden. Dit kan in kleine groepjes, maar ook klassikaal. Wanneer hier geen gelegenheid voor is, zal ik zelf een fantasiewoord aanbieden.
Locatie activiteit:
op schoolBijpassend aanbod: