Aan de hand van een aantal richtlijnen leren de leerlingen een naamgedicht schrijven. Een naamgedicht kan gericht zijn op de leerling zelf, maar ook op: een klasgenoot, een familielid, een huisdier of een historisch figuur. In het laatste geval kan de les een leuke aanvulling zijn op een geschiedenisles, zeker als afsluiting van een bepaald thema. Een gedicht over één van de ouders is juist weer leuk voor vader- of moederdag.
Ook minder voor de hand liggende onderwerpen zoals een stuk fruit of een gymtoestel kan onderwerp van inspiratie zijn. Bij deze onderwerpen wordt meer gevraagd van de fantasie van de leerlingen, maar daarin worden ze stap voor stap meegenomen.
Opmerkingen:
Deze les is geschikt als introductie les, maar kan ook met andere lessen gecombineerd worden tot een lessenserie. Een lessenserie kan ook bestaan uit 2 of 3 lessen van Je naam in een gedicht. De eerste les gaat over de leerling zelf, de tweede en derde les gaan over iemand anders, bijvoorbeeld (groot)ouder(s) of een themawoord.
Benodigdheden:
Klaslokaal met digibord, schrijf- en tekenpapier, pen, (kleur)potloden
Tijdsinvestering:
Geen voorbereiding nodig, alleen het onderwerp van het gedicht moet vooraf bekend zijn.
Locatie activiteit:
op schoolBijpassend aanbod: